Inloggen Account aanvragen

Checklist taal Belastingdienst

Check je tekst op de onderstaande punten voordat je deze verstuurt. De lijst is een handig hulpmiddel om de kwaliteit van je tekst snel te beoordelen.

Lezergericht

  • De zinnen zijn niet onnodig lang of ingewikkeld.
  • De zinnen zijn helder en volledig.
  • De tekst is in één keer te begrijpen.
  • De tekst bevat geen onnodige vaktermen, moeilijke woorden en ambtelijke uitdrukkingen.
  • De tekst is slechts voor één uitleg vatbaar.
  • De tekst roept geen vragen op waarop de lezer in de tekst geen antwoord krijgt.
  • De lezer weet wat de Belastingdienst van hem verwacht.
  • De lezer weet wat hij van de Belastingdienst kan en mag verwachten.

Formulering

  • De schrijver hanteert een gepaste toon.
  • De schrijver toont respect voor de lezer.
  • De schrijver schrijft zo persoonlijk mogelijk.
  • De schrijver neemt zichtbaar verantwoordelijkheid voor zijn tekst.

Doelgericht

  • Schrijf zo concreet mogelijk.
  • Schrijf handelingsgericht.
  • Sluit, zo mogelijk, aan bij een gebeurtenis.
  • Geef snel toegankelijk informatie op hoofdlijnen.

Tekstopbouw

  • De tekst is logisch opgebouwd met een inleiding, kern en slot.
  • De inleiding maakt de aanleiding, het onderwerp en het doel van de tekst duidelijk.
  • De kern behandelt het onderwerp van de tekst.
  • Het slot behandelt de afsluitende onderwerpen en de verdere procedure.
  • De eerste zin van elke alinea geeft aan waar de alinea over gaat.
  • In iedere alinea wordt één (deel)onderwerp behandeld.
  • De samenhang tussen en binnen de alinea's is duidelijk. Dit blijkt uit:
    - een logische volgorde van de (deel)onderwerpen;
    - een juist en voldoende gebruik van structuuraanduiders;
    - een juist en voldoende gebruik van verwijswoorden.
  • Er staan witregels tussen de alinea's.
  • De zinnen zijn binnen een alinea achter elkaar doorgeschreven.
  • De tekst is overzichtelijk.

Argumentatie

  • De schrijver argumenteert zuiver, integer en met respect voor de lezer.
  • In de tekst zijn feiten en meningen duidelijk van elkaar te onderscheiden.
  • Het is duidelijk voor de lezer wat de standpunten en wat de argumenten zijn.
  • De schrijver ondersteunt, waar nodig, de argumenten met bronnen.
  • De schrijver legt een duidelijk verband tussen de regelgeving en de concrete situatie.
  • De argumentatie is logisch opgebouwd.

Inhoud

  • De schrijver zorgt voor een correcte inhoud.
  • De schrijver bewaakt een goed evenwicht tussen inhoud en begrijpelijkheid.
  • De schrijver geeft niet te veel en niet te weinig informatie.

Spelling

  • De schrijver hanteert de spelling volgens het Groene boekje.
  • De spelling van de werkwoorden is correct.

Grammatica

  • De schrijver houdt zich aan de grammaticale regels van de Nederlandse taal.

Huisstijlafspraken

  • De schrijver houdt zich aan de taalregels van de Huisstijlwijzer.