Inloggen Account aanvragen

Grammatica Belastingdienst

De Belastingdienst wil ervoor zorgen dat de burger zich op zijn gemak voelt in de contacten met de Belastingdienst. Daarvoor is het nodig dat de dienst in zijn uitingen een solide en betrouwbare indruk maakt. In teksten is het dan van groot belang dat de tekst geen grammaticale fouten bevat. Uit onderzoeken blijkt namelijk dat een tekst met spelfouten of mislukte zinsconstructies bij de lezer tot gevolg heeft dat hij ook gaat twijfelen aan de betrouwbaarheid van de inhoud. Het is dan niet zo interessant of die lezer daar gelijk in heeft of niet. Immers, als de burger die indruk heeft, heeft dat nadelige gevolgen voor het contact tussen die burger en de Belastingdienst. Controleer je brieven daarom standaard op grammaticale fouten. Uitgebreide informatie kun je vinden op de website van de Algemene Nederlandse Spraakkunst, de ANS.

Alle(n), en beiden(n), sommigen(n), enzovoorts

Het is niet voor elke schrijver duidelijk wanneer woorden als alle(n), beide(n) etc. een 'n' krijgen. De volgende regels maken duidelijk wanneer er een 'n' komt. De woorden krijgen een 'n' als er sprake is van meervoud, zelfstandig gebruik en personen, dus:

  • Velen van de aandeelhouders stemden tegen.
  • Uit de klas krijgen sommigen van de leerlingen een voorkeursbehandeling.

Maar:

  • Kat en hond zijn beide geliefde huisdieren.
  • Deze organisatie is een van de vele die met problemen te kampen hebben.

Contaminatie

Vermijd contaminaties in je tekst. Een contaminatie is een verhaspeling van twee woorden of uitdrukkingen die dezelfde betekenis hebben. Hierdoor ontstaat een verkeerd nieuw woord of een verkeerde nieuwe uitdrukking.

Niet zo:

De oorzaak van de correctie was te wijten aan de onjuiste informatie van de belastingplichtige.

Maar zo:

De oorzaak van de correctie was de onjuiste informatie van de belastingplichtige.

Of zo:

De correctie is te wijten aan de onjuiste informatie van de belastingplichtige.

Niet zo:

Verschillende medewerkers irriteren zich aan de grote hoeveelheid e-mail.

Maar zo:

Verschillende medewerkers ergeren zich aan de grote hoeveelheid e-mail.

Of zo:

De grote hoeveelheid e-mail irriteert verschillende medewerkers.

Dat of wat

  1. Gebruik dat als het terugslaat op een het-woord
    - Het personeel dat een vrije dag heeft.
    - Het gesprek dat wij gisteren hadden.
  2. Gebruik wat als het terugslaat op een hele zin
    - Hij zegde het vertrouwen op, wat  tot veel commotie leidde.
    - De recessie slaat toe, wat veel werkeloosheid tot gevolg zal hebben.
  3. Gebruik wat als het terugslaat op een overtreffende trap
    - Het mooiste wat ik daar zag.
    - Het beste wat B/CKC te bieden heeft.
  4. Gebruik wat in gevallen als: alles wat, niets wat, enzovoorts
    - Er is niets wat me interesseert.
    - Het enige wat ik nog wilde zeggen.

Merk op dat het gebruik van dat of wat een betekenisverschil kan veroorzaken. Vergelijk de onderstaande twee zinnen. In zin 1 gaf het besluit aanleiding tot veel discussie. In zin 2 gaf het gegeven dat de commissie niet blij was met het besluit veel aanleiding tot discussie:

  1. De commissie was niet blij met het besluit dat aanleiding was tot veel discussie.
  2. De commissie was niet blij met het besluit, wat aanleiding was tot veel discussie.

Dubbele ontkenningen

Dubbele ontkenningen komen we helaas veel tegen in wet- en regelgeving. Ze veroorzaken vaak verwarring en zijn onnodig:

  •  Ik heb nooit nergens last van, terwijl de schrijver natuurlijk bedoelt dat hij nooit ergens last van heeft.
  • Het is niet ondenkbeeldig, dat de koers verder daalt moet zijn Het is niet denkbeeldig.
  • Het is niet wenselijk dat mensen niet sparen moet worden Het is wenselijk dat mensen sparen.

Hun of hen

Voor het gebruik van hun of hen gelden de volgende drie regels:

  • Schrijf hun als het een meewerkend voorwerp is (zonder voorzetsel).
  • Schrijf hen als het een lijdend voorwerp is.
  • Schrijf hen na een voorzetsel.

Voorbeelden

  • De leidinggevende overhandigde hun de agenda voor de vergadering. (meewerkend voorwerp)
  • De leidinggevende strafte hen. (lijdend voorwerp)
  • De leidinggevende gaf aan hen een bijzondere beloning. (voorzetsel)

Modale woorden

Modale woorden zijn woorden die de betekenis van de zin veranderen. Het zijn woorden die ‘leeg’ zijn. De schuin gedrukte woorden in de volgende zinnen zijn modale woorden:

  • maar - Doe maar  wat je niet laten kunt.
  • even - Kun je het raam even dichtdoen?
  • eens - Bel hem eens op, hij zal nou wel thuis zijn.

Veel modale woorden in een tekst verstoort de leesbaarheid. Probeer het gebruik van modale woorden dus te minimaliseren. Ook al gaat het overheidsbeleid vaak gepaard met onzekerheden, laat dit niet tot uiting komen in de taal.

Ongeoorloofde samentrekking

Samentrekken van zinnen kan alleen als een woord in beide zinnen dezelfde functie heeft, bijvoorbeeld: onderwerp, meewerkend voorwerp of lijdend voorwerp. Bij een ongeoorloofde samentrekking is dat niet het geval.

  • Zij heeft hem aangekeken en een zoen gegeven.
    In de eerste zin is hem lijdend voorwerp bij aangekeken, in de tweede zin is hem meewerkend voorwerp bij een zoen geven.
  • Hij sloeg een ruit in en de eerste straat rechts.
    Het woord inslaan heeft meer betekenissen. In de eerste hoofdzin is het de letterlijke betekenis van het werkwoord, in de tweede gaat het om de overdrachtelijke betekenis.

Pleonasme

Bij een pleonasme wordt een deel of een eigenschap van een begrip overbodig herhaald.

  • Het ingestelde onderzoek
  • De wederzijdse overeenkomst
  • De medecompagnon
  • De witte sneeuw
  • De toekomstgerichte planning

Tangconstructies

In een tangconstructie zijn woorden die bij elkaar horen ver uit elkaar geplaatst. Het verband tussen de delen is hierdoor moeilijk te achterhalen. Veel tangconstructies maken de tekst ontoegankelijk. Je probeert deze constructies te vermijden, om een zin als de volgende te voorkomen:

Dit betekent dat voor een, in zowel relatieve als absolute zin, zeer kleine groep belastingplichtigen (-0,3% van het aantal belastingplichtigen dat van de lijfrentepremieaftrek gebruik maakt en ongeveer 0,001% van het totaal aantal belastingplichtigen) in het kader van de Brede Herwaardering zowel in de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 als de Successiewet 1956 een aantal ingrijpende en gecompliceerde aanpassingen wordt gepleegd.

Niet zo:

De inspecteur, overwegende dat de belastingplichtige te laat zijn bezwaarschrift heeft ingediend, besluit het bezwaar af te wijzen.

Maar zo:

De inspecteur besluit het bezwaar af te wijzen, omdat de belastingplichtige zijn bezwaarschrift te laat heeft ingediend.

Niet zo:

De opbrengst van de kaartverkoop voor deze benefietwedstrijd, die wordt gespeeld in stadion X, komt, na aftrek van de kosten, geheel ten goede aan de nabestaanden van Y.

Maar zo:

De opbrengst van de kaartverkoop voor deze benefietwedstrijd komt geheel ten goede van de nabestaanden van Y. Op die opbrengst worden wel de kosten in mindering gebracht. De wedstrijd wordt gespeeld in stadion X.

Tautologie

Voorkom tautologieën in je tekst. Bij een tautologie wordt het hele begrip overbodig herhaald. Dat wil zeggen: twee woorden of begrippen die hetzelfde betekenen staan in één zin.

  • Hij kreeg veel kritiek, maar kon echter ook op waardering rekenen. Maar en echter betekenen hetzelfde.
  • De manager is niet in staat om leiding te kunnen geven. In staat zijn en kunnen betekenen hetzelfde.
  • Ik ben helaas gedwongen u dit te moeten meedelen. Gedwongen zijn en moeten betekenen hetzelfde.