Inloggen Account aanvragen

Leestekens Belastingdienst

Over het algemeen gaat het wel goed met het gebruik van leestekens. Iedere schrijver weet wanneer er een vraagteken of een uitroepteken moet komen aan het eind van een zin. Ook met de komma's gaat het vaak goed. Er komt pas een probleem als het gebruik van de komma (of van andere leestekens) invloed heeft op de betekenis van de tekst.

'De voorzitter zei de secretaris is niet voor zijn taak berekend'. De betekenis van deze zin is niet duidelijk zonder het aanbrengen van leestekens. Er zijn namelijk twee mogelijkheden:

  • De voorzitter zei: 'De secretaris is niet voor zijn taak berekend.'
  • 'De voorzitter', zei de secretaris, 'is niet voor zijn taak berekend.'

Het volgende voorbeeld spreekt voor zich:

  • Zij vroeg mij, nog eens langs te komen.
  • Zij vroeg mij nog, eens langs te komen.
  • Zij vroeg mij nog eens, langs te komen.

Nog een voorbeeld:

  • Bouwrente niet hypotheekrente is aftrekbaar.

De vraag rijst nu: “Wat is nou aftrekbaar?”
Bouwrente, niet hypotheekrente is aftrekbaar
Nu is de bouwrente aftrekbaar.
Bouwrente niet, hypotheekrente is aftrekbaar.
Nu is de hypotheekrente aftrekbaar.

Aanhalingstekens

  • Gebruik enkele rechte aanhalingstekens. (Let erop dat in Word via 'Extra', 'Autocorrectie', tabblad 'Auto-Opmaak tijdens typen' geen vinkje staat voor 'Rechte aanhalingstekens vervangen door gekrulde aanhalingstekens'.)
  • Gebruik alleen dubbele aanhalingstekens als je binnen een aangehaalde zin iets wilt aanhalen.
  • Zet alles waarnaar je letterlijk verwijst tussen aanhalingstekens. Denk hierbij aan:
    - schermtitels
    - titels van documenten
    - knoppen en toetsen
    - onderwerpen in de Help- en invulvelden
    - namen van brochures
    - namen van rubrieken
  • Gebruik geen aanhalingstekens bij:
    - hyperlinks
    - namen van site-onderdelen
    - documentnamen. Deze worden cursief weergegeven.

Dubbele punt

Een dubbele punt plaats je voor een:

  • opsomming
  • omschrijving, toelichting of verklaring
  • citaat

Voorbeeld

Box 1: werk en woning
Na de dubbele punt volgt een kleine letter. Er zijn twee uitzonderingen op deze regel:

  • als een citaat met een hoofdletter begint
  • als de opsomming uit hele zinnen bestaat

Voorbeeld

Voorwaarden:

  • U woont in Nederland.
  • Uw bruto jaarinkomen is lager dan € 25.000.

Komma

Komma’s zet je in een zin om een korte pauze in de zin aan te geven. Komma’s worden ook geplaatst om leesproblemen te voorkomen. Hieronder vind je een overzicht van het kommagebruik:

  • Tussen twee werkwoordsvormen die niet bij elkaar horen, komt altijd een komma.

    De komma wordt in de voorbeelden tussen de twee persoonsvormen geplaatst, dus:
    - Als wij pauze hebben, gaan we meestal naar de kantine.
    - Als de vergadering is afgelopen, kun je het beste direct aan de notulen beginnen.
  • Zet voor voegwoorden een komma, tenzij de inleidende zin kort is.

    - Het zal voor iedereen die de nota Functioneringsonderzoek heeft gelezen duidelijk zijn, dat men beslist ontevreden is over de taakverdeling.
    - Ik neem aan dat deze informatie voldoende is.
  • In zinnen die een tussenzin bevatten, zet je de komma voor en na de tussenzin.

    Het volgende voorbeeld laat zien dat het plaatsen van een komma ook van belang kan zijn voor de betekenis van de zin:
    - Alle ambtenaren, die integer zijn, krijgen een extra beloning.
    De schrijver van deze zin zegt dat alle ambtenaren een extra beloning krijgen. Daarnaast constateert hij dat alle ambtenaren integer zijn. In de volgende zin ligt dat anders:
    -  Alle ambtenaren die integer zijn, krijgen een extra beloning.
    Nu krijgen alleen de integere ambtenaren een extra beloning. Kennelijk zijn ze niet allemaal integer!
  • Zet een komma tussen delen van een opsomming.

Vuistregel: Bij twijfel over het plaatsen van een komma kun je deze vuistregel gebruiken: zet een komma op die plaats in de zin waar je een korte rust hoort als je de zin hardop leest.

Punt

Voor het zetten van punten geldt de volgende basisregel: plaats aan het einde van de zin een punt. Er zijn op deze regel vier uitzonderingen:

  • Achter titels van hoofdstukken, (sub)paragrafen, kopjes of opschriften zet je geen punt.
  • Achter hoofdstuk- of paragraafnummers komt geen punt.
  • Zet geen punt als de zin eindigt met de punt van een afkorting, een puntenreeks, een vraagteken of een uitroepteken.
  • Als de zin eindigt met (verwijzing naar) link.

Puntkomma

De puntkomma plaats je in een zin als je bij het hardop lezen van de zin een redelijk lange pauze hoort. Een redelijk lange pauze is een pauze die langer is dan bij een komma, maar korter dan bij een punt. Die situatie kan zich voordoen als de delen voor en na de komma als twee zelfstandige zinnen nauw met elkaar verbonden zijn. Verder geldt:

  • Gebruik geen puntkomma, maar een dubbele punt als erna een voorbeeld, opsomming of uitleg volgt.
  • Gebruik geen puntkomma, maar een punt als je twee zinnen van elkaar wilt scheiden.

Spatie

  • Gebruik vaste spaties om een woord en een waarde bij elkaar te houden (Ctrl+Shift+Spatie)
  • Gebruik vaste spaties om de delen van een (telefoon)nummer bij elkaar te houden
  • Gebruik vaste spaties in datums