Inloggen Account aanvragen

Spelling Belastingdienst

De Belastingdienst wil ervoor zorgen dat de burger zich op zijn gemak voelt in de contacten met de Belastingdienst. Daarvoor is het nodig dat de dienst in zijn uitingen een solide en betrouwbare indruk maakt. In teksten is het dan van groot belang dat de spelling correct is. Uit onderzoeken blijkt namelijk dat een tekst met spelfouten of foutieve zinsconstructies bij de lezer tot gevolg heeft dat hij ook gaat twijfelen aan de betrouwbaarheid van de inhoud. Het is dan niet zo interessant of die lezer daar gelijk in heeft of niet. Immers, als de burger die indruk heeft, heeft dat nadelige gevolgen voor het contact tussen die burger en de Belastingdienst. Controleer je brieven daarom standaard op spelfouten.

Gebruik de spelling van het Groene boekje

Uitgangspunt voor de spelling is de Woordenlijst Nederlandse taal (het 'Groene boekje'), editie 2005: http://woordenlijst.org/voorvoegsel/a. De Dikke van Dale, die op Belastingnet staat, gebruikt ook de officiële spelling.

Als de Woordenlijst geen uitsluitsel geeft, gebruik dan de volgende bronnen:

  • Schrijfwijzer, J. Renkema
  • Belastingwetten, Kluwer

Spelling 2005

Het huisstijlteam heeft een zogenoemde schrijfhulp Spelling 2005 ontwikkeld. Hierin vind je een overzicht van de belangrijkste spellingregels op basis van de laatste editie van Het Groene boekje. De papieren versie kun je bestellen bij het LRC in Apeldoorn. De code is AL 403.

Gebruik voor vaktermen de Schrijfwijze fiscale termen

Veel fiscaaltechnische woorden zul je niet in het Groene boekje of in Van Dale vinden. Levert de schrijfwijze problemen op, raadpleeg dan de rubriek Schrijfwijze fiscale termen. Je vindt die rubriek onder Burgertaal. In deze rubriek staat ook een lijst met de binnen onze organisatie gebruikte afkortingen. Schrijf deze termen echter zoveel mogelijk voluit.

Spelling van werkwoorden

Schrijf je Hij word vader of Hij wordt vader? En schrijf je Dat is vaker gebeurt of Dat is vaker gebeurd? In beide voorbeelden is de eerste zin fout en de tweede zin goed. De regel ‘stam + t’ en het ezelsbruggetje van ’t ex-kofschip  zijn handig om dit soort problemen op te lossen.

Stam + t

De regel ‘stam + t’  geeft voor de tegenwoordige tijd aan dat er een t achter de stam van een werkwoord komt bij de vormen met jij/je vóór het werkwoord, hij/zij/u en alle andere vormen van de derde persoon enkelvoud. Bij de vormen ik en jij/je achter het werkwoord komt er geen t achter de stam. Voor de goede orde: met stam bedoelen we de ik-vorm van een werkwoord. Dus: ik ben, ik heb, ik leef en ik reis.

Voorbeeld

- Werkwoord: verzenden
- Stam: verzend
- Ik verzend een brief / Verzend ik een brief?
- Je verzendt een brief / Verzend je een brief?
- De Belastingdienst verzendt een brief / Verzendt de Belastingdienst een brief?

't ex kofschip

’t ex-kofschip is een ezelsbruggetje voor de keuze tussen ‘d’ en ‘t’ in de verleden tijd van zwakke werkwoorden en in het voltooid deelwoord daarvan. De eerste stap die je neemt is –en van het hele werkwoord afhalen. Meestal is deze vorm gelijk aan de stam van het werkwoord. Gebruik een ‘t’ als de stam eindigt op een medeklinker die in het woord ’t ex-kofschip voorkomt. Dat zijn dus de letters t, k, f, s, ch, p en x. In alle andere gevallen gebruik je een ‘d’.

U hebt / u heeft

Gebruik altijd 'u hebt'. Behalve in 'u of uw partner heeft ....'

De keuze voor 'u hebt' is ingegeven door het feit dat dit in het algemeen steeds meer gebruikt wordt. Daarnaast loopt het parallel met bijvoorbeeld 'u kunt' en 'u wilt'.
Bij een veel voorkomende zinssnede als 'u of uw fiscale partner ...' gebruiken we 'heeft'. Normaal gesproken is de eerstgenoemde persoonsvorm leidend, maar hier spelen twee andere zaken een rol.

  1. Taalhistorisch is het zo dat 'u' de tweede en (verouderd) derde persoon kan zijn; beide termen zijn dus niet geheel met elkaar te vergelijken.
  2. 'uw fiscale partner' heeft meer omvang dan het eerder genoemde 'u' en overheerst deze laatste hierdoor als het ware.