Welke organisaties voeren de rijkshuisstijl

De ministerraad heeft bepaald welke (soort) organisaties de rijkshuisstijl voeren. Bepalend is de ministeriële verantwoordelijkheid. "Alle organisaties die rechtstreeks onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen, maken deel uit van de Rijksoverheid en passen de rijkshuisstijl toe."

  • Kerndepartementen (Ministeries)
  • Planbureaus
  • Publiekrechtelijke ZBO’s (opgericht na 2011)
  • Regeringscommissarissen
  • Inspecties
  • Diensten en agentschappen
  • Uitvoeringsorganisaties
  • Onafhankelijke commissies, onderzoeksraden, adviescolleges en adviesraden
  • Advies- en medezeggenschapsorganen (onder andere ondernemingsraden)

 

Welke organisaties voeren geen rijkshuisstijl

De wetgevende macht (de Hoge Colleges van Staat) en de rechterlijke macht passen de rijkshuisstijl niet toe. We kennen in Nederland namelijk scheiding der machten. Daarnaast zijn er een aantal organisaties binnen de Rijksoverheid die ook geen rijkshuisstijl voeren.

  • Kaderwet adviescolleges
  • Wetgevende macht en rechterlijke macht
  • Publiekrechtelijke ZBP's (opgericht voor 2012)
  • Stichtingen en verenigingen binnen de Rijksoverheid 

Uitleg diverse organisaties

Hieronder vind je de afzendregels voor een aantal hierboven genoemde organisaties.

Kaderwet adviescolleges

Kaderwet adviescolleges vormen een uitzondering. Want deze zijn bij wet ingesteld. Ze hebben als taak de regering te adviseren over algemeen verbindende voorschriften of over te voeren beleid van het Rijk. Omdat zij zonder tussenkomst van een minister aan de Staten-Generaal kunnen adviseren, passen zij geen rijkshuisstijl toe.

Onafhankelijke commissies, onderzoeksraden, adviescolleges en adviesraden

Er is altijd veel onduidelijkheid over afzendregels bij onafhankelijke commissies en raden. Want 'onafhankelijkheid' is eigenlijk geen criterium. Een adviesorgaan hoort per definitie onafhankelijk te zijn. Daarbij zijn de leden van een adviesraad wel onafhankelijk, maar de adviesraden als instituut zélf niet. Bovendien adviseren ze aan, via of in opdracht van de minister en hebben daarmee een uitvoerende taak. Ook kan de minister besluiten om een advies te negeren. Of een commissie op te richten en weer op te heffen.

Daarmee is er genoeg argumentatie om commissies, colleges en raden onder ministeriële verantwoordelijkheid te scharen. Ze moeten dus de rijkshuisstijl toepassen.

Voor deze organisaties is het aan te raden om binnen de rijkshuisstijl een deelidentiteit te laten ontwerpen. Hiermee kan een eigen identiteit aangemeten worden, die meer op afstand staat van het eigen departement.

Ondernemingsraden en medezeggenschap

Als inspraak- en medezeggenschapsorgaan vallen ondernemingsraden ‘gewoon’ onder een organisatie. De rijkshuisstijl van die organisatie geldt dus ook voor de OR of MR.

De Groepsondernemingsraad kent een uitzondering omdat zij niet vallen onder een specifiek rijksorganisatie. Daarom voeren zij het lint met woordmerk Rijksoverheid en staat op gepaste afstand de uitgeschreven naam van de GOR.

Stichtingen en verenigingen

Een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt gevormd door een officiële akte van de overheid. Een privaatrechtelijke rechtspersoon ontstaat door een vrijwillige overeenkomst tussen 2 of meer partijen. Omdat stichtingen en verenigingen privaatrechtelijke organisaties zijn, vallen ze niet onder de Rijksoverheid. Daarom mogen ze de rijkshuisstijl niet gebruiken. Stichtingen en verenigingen die we bij de Rijksoverheid tegenkomen zijn bijvoorbeeld het Roze netwerk, ouderenverenigingen en personeelsverenigingen.

ZBO’s

Bestaande zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) hanteren hun eigen huisstijl. Deze publiekrechtelijke ZBO’s van voor 2011, die nu nog een eigen huisstijl voeren, mogen overstappen naar de rijkshuisstijl, maar zijn daartoe niet verplicht. Nieuwe publiekrechtelijke ZBO’s (of opgericht na 2011) gaan verplicht mee in de rijkshuisstijl en krijgen altijd de dochterstatus. Ook al valt men onder ministeriële verantwoordelijkheid. Want ZBO’s staan toch wat meer 'op afstand' van hun ministerie. Wil een ZBO, opgericht na 2011, een eigen huisstijl gaan voeren? Dan moet dit worden ingebracht in het SGO ter beoordeling.